Het kantoortrauma

Nog steeds doen lichtpanelen mij denken aan het systeemplafond van een kantoor. Een specifiek kantoor welteverstaan, waarin ik terechtkwam in de zomer van 2005. Ik behaalde in dat jaar mijn havo-diploma van de middelbare school. Daarna werkte ik een paar maanden in deze voor mij nieuwe omgeving. Iedere dag begon met het geflikker van licht in de panelen aan het plafond. Aan het einde van de dag flikkerde het licht niet. Dan ging het in een keer uit, net als het licht in mijn hersenpan. Iedere dag was ik mentaal geheel uitgeput. Mijn taak bestond uit het overtikken van gegevens van documenten in een Excel-sheet. Dat was alles. Acht uur per dag, vijf dagen per week. Het meest levendig herinner ik mij het geluid van de draadtelefoons, die constant rinkelden, overal om mij heen. Het heeft mij een kantoortrauma opgeleverd.

Bevrijd uit het kantoor

In die zomer in 2005 wist ik zeker dat het kantoorleven niets voor mij is. Het leven daar ging over kopen en verkopen. De mensen droegen hakken en dassen. Onnatuurlijke kledij vond ik. Ze spraken met vreemde termen als SWOT-analyses, opschalen en maximizen. Dag na dag waren ze met iets bezig zijn waarvan ik mij sterk afvroeg of het zin had. Toen ik voor het laatst de deur achter mij dichtsloeg tijdens die zomer van 2005, zweerde ik dat ik nooit meer een stap in een kantoor zou zetten. Wat ik wilde worden wist ik niet. Als ik maar niet in kantoor terecht zou komen.

De terugkeer

Vijftien jaar later is het mijn eerste werkdag van een nieuwe baan. In een kantoor. Ik denk terug aan die achttienjarige jongen die ik vijftien jaar geleden was. Het is heel lang geleden en ik ben niet bang voor het kantoorleven, maar toch gaat er even een rilling door mijn lijf als ik voor het eerst op maandagochtend de lift uitstap. Ik begin graag vroeg en ik ben dan ook als eerste aanwezig. Onzeker, als een pasgeboren impala op de steppe, loop ik het donkere kantoor binnen en zoek naar de lichtknop. Vanzelf gaan de lichten echter aan. Ik kijk naar boven. Lichtpanelen, net als in 2005, maar geen geflikker. Ook is het licht niet kil en klinisch, maar wordt de ruimte verlicht met een warm soort wit. Ik sta een tijdje naar boven te kijken als de directeur binnenwandelt. 'Dat is een led paneel' zegt hij. 'Heel duurzaam'. Hij draagt geen das, maar gewoon een overhemd met een jasje. Als ik om me heenkijk zie ik nergens draadtelefoons. Iedereen belt tegenwoordig mobiel. Langzaam voel ik dat ik aan het genezen ben van mijn kantoortrauma. Misschien ga ik het hier wel naar mijn zin hebben!

About

No Comments

Leave a Comment